Van ijzertijd tot middeleeuwen: bewoningssporen onder de Henrad-site in Herentals
Van ijzertijdhuis tot bootvormige middeleeuwse woning: een opgraving op de voormalige Henrad-site brengt eeuwen bewoning aan het licht.
Afbeelding 1: faseringplan site
Aan de Herenthoutseweg in Herentals komt een groot distributiecentrum. Voor de bouwwerken van start gingen, voerden de archeologen van INDAR er een vlakdekkende opgraving uit op de voormalige Henrad-site. Op ongeveer 7.500 m² legden we 559 sporen bloot. Samen vertellen ze het verhaal van een plek die in de ijzertijd, de Romeinse tijd en de middeleeuwen telkens opnieuw werd bewoond.
Afbeelding 2: vlakfoto
Het oudste hoofdstuk gaat terug tot de ijzertijd. Aan de hand van paalkuilen kunnen we minstens één woonhuis en mogelijk vier bijgebouwen onderscheiden. De resten van de hoofdgebouwen zijn matig tot slecht bewaard, maar het huisplan lijkt te passen bij een type dat bekendstaat uit het zuiden van Nederland (het zogenaamde Haps/Oss-Ussen 4-type) en dateert waarschijnlijk uit het midden of het begin van de late ijzertijd.
Ook in de Romeinse tijd was het terrein in gebruik. Een hoofdgebouw troffen we niet aan, maar drie waterputten en een mogelijk Romeinse vierpalige spieker verraden dat er een woonhuis in de buurt moet hebben gelegen. In de bodem van de waterputten bleven houten balken en planken bewaard. Dankzij dendrochronologisch onderzoek, waarbij de jaarringen van het hout worden bestudeerd, kon het hout van één waterput zeer precies gedateerd worden: de boom werd gekapt in 54/55 na Christus.
Afbeelding 3: waterput met pollenbakken
Daarna valt het stil. Uit de vroege middeleeuwen vonden we geen enkel spoor of voorwerp. De mensen keerden pas terug in de volle middeleeuwen, tussen ruwweg de 10de en de 12de eeuw. Zeker vier bootvormige huizen, genoemd naar hun gebogen langse wanden, drie bijgebouwen en een waterput getuigen van die nieuwe bewoning.
Naast sporen kwam er ook heel wat vondstmateriaal aan het licht, met aardewerk als grootste groep: ruim 400 scherven uit de ijzertijd, de Romeinse periode en vooral de volle middeleeuwen. Daarnaast vonden we dierlijke tanden (vooral van runderen), een koperen riemtong uit de post-middeleeuwen en enkele sterk gecorrodeerde ijzeren voorwerpen. In de vullingen van de waterputten namen we stalen voor pollen- en macrobotanisch onderzoek. Deze geven een inkijk in het toenmalige landschap, vegetatie en consumptiepatronen. Ze wijzen op graanteelt (gerst of tarwe en rogge) en op peulvruchten, en geven een beeld van het omliggende landschap. Twee haaks op elkaar liggende greppels wijzen tot slot op landbouwgebruik in de late of post-middeleeuwen.
Het veldwerk en de verwerking van de vondsten gebeurden door ons team. De resultaten zijn gebundeld in een uitgebreid eindverslag en dragen bij aan ons begrip van de bewoningsgeschiedenis in de Kempen.